Examenregels

De examenregels leggen de regels en procedures vast waaraan de examens moeten voldoen om, in overeenstemming met de wetgeving, het bewijs van de vereiste beroepskennis te leveren voor verzekeringen of voor het krediet.

Volledige tekst van de examenregels voor de verzekeringen: PDF
Volledige tekst van de examenregels voor het krediet: PDF

Wie moet een examen afleggen?
Examenstructuur
Vorm van het examen
Resultaat van het examen
Bezwaarprocedure
Bescherming van persoonsgegevens

Wie moet een examen afleggen?

1. Verzekeringen:

Inhoudelijk beantwoorden de examens aan eindtermen.

Er bestaan vier modules van eindtermen:

  • Module 1: de algemene module
  • Module 2: de module niet-levensverzekeringen
  • Module 3: de module levensverzekeringen
  • Module 4: de module levensverzekeringen met een beleggingscomponent.

Volgende personen moeten aantonen dat ze kennis hebben van de algemene module (module 1):

  • een verzekeringstussenpersoon, een nevenverzekeringstussenpersoon en een herverzekeringstussenpersoon;
  • elke PCP* bij een tussenpersoon, een nevenverzekeringstussenpersoon of een herverzekeringstussenpersoon;
  • elke PCP bij een verzekeringsonderneming;
  • elke VVD** bij een tussenpersoon, een nevenverzekeringstussenpersoon of een herverzekeringstussenpersoon;
  • elke VVD bij een verzekeringsonderneming;
  • de effectieve leiders*** van een tussenpersoon, een nevenverzekeringstussenpersoon of een herverzekeringstussenpersoon.

* Personen in contact met het publiek
** Verantwoordelijke voor de distributie
*** De effectieve leiders van de verzekerings-, nevenverzekerings- en herverzekeringstussenpersonen die de facto de verantwoordelijkheid hebben over de werkzaamheid van verzekerings- of herverzekeringsdistributie

Volgende personen dienen bovendien een kennis te bewijzen van de modules 2, 3 en/of 4, naargelang de types verzekeringen die de tussenpersoon of verzekeringsonderneming distribueert:

  • een verzekeringstussenpersoon, een nevenverzekeringstussenpersoon en een herverzekeringstussenpersoon;
  • elke VVD bij een tussenpersoon, een nevenverzekeringstussenpersoon of een herverzekeringstussenpersoon;
  • elke VVD bij een verzekeringsonderneming;
  • de effectieve leiders van een tussenpersoon, een nevenverzekeringstussenpersoon of een herverzekeringstussenpersoon.

De kandidaat kan zich grondig op het examen voorbereiden door een opleiding te volgen of door zelfstudie aan de hand van op de markt aanwezig materiaal. Het is tevens zijn verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat hij over de juiste en laatste informatie beschikt aangezien de examens hierop gebaseerd zijn en de vragen regelmatig worden geactualiseerd. De kandidaat kan een beschrijving van de eindtermen vinden onder de tab ‘Examens en eindtermen’.

Klik hier om de eindtermen van toepassing vanaf 01.01.2021 te raadplegen

OPGELET – OVERGANGSREGELING: Dit nieuwe examensysteem met modules treedt pas in werking op 1 januari 2021 (Raadpleeg de mededeling van de FSMA hier). Tot dan geldt een overgangsregeling gebaseerd op de oude examens per tak. Je kan de overgangsregeling hier raadplegen.

Vrijstellingen

In bepaalde gevallen worden de personen verondersteld over de nodige kennis te beschikken. Deze personen hoeven dan geen examen(s) af te leggen. Het betreft de volgende situaties:

  • De persoon heeft een master diploma toegekend door een universiteit of een hogeschool of een daarmee gelijkgesteld diploma dat toegekend werd vóór het academiejaar 2004-2005;
  • De persoon heeft een academisch bachelor diploma toegekend door een universiteit of een hogeschool, een professioneel bachelor diploma toegekend door een instelling van hoger onderwijs of een daarmee gelijkgesteld diploma toegekend vóór het schooljaar 2004-2005, waarbij deze diploma’s een lessenprogramma omvatten van minstens 11 studiepunten technische kennis inzake verzekeringen of een equivalent percentage van studiebelasting.
  • De persoon heeft een buitenlands diploma dat door de wetgeving of de bevoegde autoriteit als gelijkwaardig wordt beschouwd met één van voormelde diploma’s.

2. Krediet:

Inhoudelijk beantwoorden de examens aan eindtermen.

Er bestaat een niveau “basiskennis” en een niveau “beroepskennis”.

Het bewijs van het niveau "basiskennis" moet geleverd worden door:

  • de leden van het wettelijk bestuursorgaan (raad van bestuur) van de bemiddelaar inzake hypothecair krediet die geen effectieve leider zijn;
  • de effectieve leiders bij de bemiddelaar die de facto geen verantwoordelijkheid over de werkzaamheid van bemiddeling in krediet uitoefenen, noch hierop toezicht houden;
  • de VVD'ers* en de PCP'ers** van de agenten in nevenfunctie***, op voorwaarde dat het gebruik van de aangeboden kredieten beperkt is tot de goederen of diensten die de agent zelf verkoopt.

* Verantwoordelijke voor de distributie
** Persoon in contact met het publiek
*** Een agent in nevenfunctie is een bemiddelaar in consumentenkrediet die als hoofdactiviteit goederen en diensten van niet-financiële aard verkoopt en die als nevenactiviteit een consumentenkrediet aanbiedt (zoals een autoconcessiehouder).

Het bewijs van het niveau "beroepskennis" moet geleverd worden door:

  • de bemiddelaar;
  • elke VVD’er bij de bemiddelaar;
  • elke PCP’er bij de bemiddelaar;
  • de effectieve leiders bij de bemiddelaar die de facto de verantwoordelijkheid hebben over de werkzaamheid van bemiddeling in krediet of hierop toezicht uitoefenen;
  • de VVD’ers en PCP’ers van agenten in nevenfunctie wanneer het gebruik van de aangeboden kredieten niet beperkt is tot de goederen of diensten die de agent zelf verkoopt.

Kandidaten die geslaagd zijn voor het basiskennisniveau, kunnen bij het afleggen van examens voor het beroepskennisniveau vragen krijgen die betrekking hebben op het basiskennisniveau.

De kandidaat kan zich grondig op het examen voorbereiden door een opleiding te volgen of door zelfstudie aan de hand van op de markt aanwezig materiaal. Het is tevens zijn verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat hij over de juiste en laatste informatie beschikt aangezien de examenvragen gebaseerd zijn op de eindtermen die regelmatig worden geactualiseerd. De kandidaat kan een beschrijving van de eindtermen vinden onder de tab ‘Examens en eindtermen’.

Vrijstelling

De volgende personen worden verondersteld over de nodige kennis te beschikken indien ze een getuigschrift hebben van hoger middelbaar onderwijs of een buitenlands diploma dat door de wetgeving of de bevoegde autoriteit als gelijkwaardig wordt beschouwd. Deze personen hoeven dan geen examen af te leggen. Het betreft:

  • de leden van het wettelijk bestuursorgaan (raad van bestuur) van de bemiddelaar inzake hypothecair krediet die geen effectieve leider zijn;
  • de effectieve leiders bij de bemiddelaar die de facto geen verantwoordelijkheid over de werkzaamheid van bemiddeling in krediet uitoefenen, noch hierop toezicht houden.

Examenstructuur

1. Verzekeringen:

De examens worden opgedeeld volgens de eindtermen.

Er bestaan vier modules van eindtermen:

  • Module 1: de algemene module
  • Module 2: de module niet-levensverzekeringen
  • Module 3: de module levensverzekeringen
  • Module 4: de module levensverzekeringen met een beleggingscomponent.

Iedereen, behoudens uitzondering, moet een examen afleggen voor ‘de algemene module’. Daarnaast kan de kandidaat een examen afleggen voor de modules 2, 3 en/of 4 naargelang de types verzekeringen die de tussenpersoon of verzekeringsonderneming distribueert en de functie die hij zal uitoefenen bij de tussenpersoon of verzekeringsonderneming (zie ‘Wie moet een examen afleggen?’). Let op: wanneer een kandidaat kennis moet hebben van module 4 “levensverzekeringen met een beleggingscomponent”, moet hij ook kennis hebben van module 3 “levensverzekeringen”.

Een aantal modules zijn omvangrijk. Daarom worden ze opgedeeld in submodules. Een kandidaat zal in dit geval een examen voor elke submodule moeten afleggen. Pas wanneer de kandidaat geslaagd is voor alle submodules van de module, zal hij een attest van slagen ontvangen voor deze module.

De volgende submodules bestaan:

  • Module 1: de algemene module:

    • Submodule Verzekeringsmarkt en regelgeving op het verzekeringscontract;
    • Submodule Diverse wetgeving.
  • Module 2: de module niet-levensverzekeringen:

    • Submodule aansprakelijkheidsverzekeringen en rechtsbijstand;
    • Submodule Motorrijtuigenverzekeringen en verzekering hulpverlening ;
    • Submodule zaakverzekeringen;
    • Submodule persoonsverzekeringen andere dan levensverzekeringen.
  • Module 3: de module levensverzekeringen:

    • Submodule toepasselijke wetgeving en financiële bekwaamheid;
    • Submodule witwaswetgeving, verzekeringsmarkt, pensioenstelsel en gedragsregels.

Module 4 bevat geen submodules.

OPGELET – OVERGANGSREGELING: Dit nieuwe examensysteem met modules treedt pas in werking op 1 januari 2021 (Raadpleeg de mededeling van de FSMA hier). Tot dan geldt een overgangsregeling gebaseerd op de oude examens per tak. Je kan de overgangsregeling raadplegen onder de vraag ‘Wie moet een examen afleggen?’.

2. Krediet:

Kandidaten voor het beroep van kredietbemiddelaar moeten slagen voor het examen "algemene principes van de kredietbemiddeling".

De examens betreffende het consumentenkrediet en het hypothecaire krediet zijn facultatief. De kandidaat moet ervoor slagen afhankelijk van zijn toekomstige activiteiten.

Vorm van het examen

Elk examencentrum neemt elektronisch examens af in de vorm van meerkeuzevragen.

Resultaat van het examen

Na het afleggen van het examen, worden de resultaten onmiddellijk en elektronisch meegedeeld aan de kandidaat.

Een kandidaat ontvangt een attest van slagen wanneer hij voor het examen 60% van de punten heeft behaald. Wanneer een module bestaat uit submodules (zie ‘Examenstructuur’), zal de kandidaat pas een attest van slagen ontvangen indien hij voor alle submodules van de module is geslaagd. Hij moet dus voor elke submodule 60% van de punten behalen.

De kandidaat kan te allen tijde zijn/haar attesten van slagen voor de afgelegde modules opvragen (zie FAQ – Hoe kan ik mijn attest van slagen afdrukken?).

Het staat de kandidaat vrij zich opnieuw in te schrijven voor die examens waarvoor hij niet is geslaagd. Een nieuwe inschrijving kan na een termijn van 14 dagen.

Bezwaarprocedure

Inzagerecht en klachten

De kandidaat heeft het recht om inzage te vragen in het examen waarvoor hij niet geslaagd is. Hij moet hiervoor een gemotiveerde aanvraag indienen binnen de 10 werkdagen na kennisgeving van het resultaat van het examen. Deze inzage gebeurt op afspraak bij Certassur. De kandidaat krijgt de juiste antwoorden niet te zien. Hij mag tijdens de inzage geen examenvragen kopiëren en geen nota’s nemen.

De kandidaat kan bij Certassur een gemotiveerde klacht tegen een examenresultaat indienen. Een klacht kan pas worden ingediend nadat de betrokkene gebruik heeft gemaakt van de procedure van inzage in het examen (zie vorige paragraaf). De klacht moet worden ingediend binnen de 10 werkdagen na de inzage in het examen.

Certassur onderzoekt de klacht. Het kan hiertoe de verantwoordelijke van het examencentrum, de toezichthouder of iedere andere persoon die hij nuttig acht, ondervragen. Het deelt zijn gemotiveerde beslissing schriftelijk aan de klager mee binnen de 30 werkdagen na de ontvangst van de klacht. Certassur zal, indien nodig, binnen dezelfde termijn het examenresultaat corrigeren.

De kandidaat die gebruik maakt van zijn inzagerecht of een klacht indient tegen het examenresultaat, ontvangt geen kopie van het afgelegde examen.

Een kopie van de door Certassur meegedeelde beslissing wordt gelijktijdig bezorgd aan het examencentrum en aan de erkenningscommissie die het examencentrum heeft erkend.

Beroep tegen de beslissing van een examencentrum om een examen ongeldig te verklaren of tegen de beslissing van Certassur over klachten in verband met het examenresultaat.

Een examencentrum kan het examen van een kandidaat ongeldig verklaren wanneer bij het examen fraude of poging tot fraude wordt vastgesteld. Het examencentrum moet deze ongeldigverklaring motiveren en de kandidaat hierover schriftelijk informeren.

De kandidaat kan bij de examencommissie schriftelijk beroep aantekenen tegen de beslissing van het examencentrum om een examen ongeldig te verklaren, of tegen de beslissing van Certassur over de door hem ingediende klacht in verband met het behaalde examenresultaat.

Om ontvankelijk te zijn, moet dit beroep worden ingediend bij de secretaris van de examencommissie binnen de 20 werkdagen nadat de kandidaat kennis heeft gekregen van de beslissing van het examencentrum of van Certassur.

De examencommissie onderzoekt de klacht. Zij kan desgewenst het advies inwinnen van de werkgroep van deskundigen die de vraag en het bijhorende antwoord heeft opgesteld. Zij kan ook de verantwoordelijke van het betrokken examencentrum, de toezichthouder of iedere andere persoon die zij nuttig acht, ondervragen.

De examencommissie onderzoekt de klacht. Zij kan desgewenst het advies inwinnen van de werkgroep van deskundigen die de vraag en het bijhorende antwoord heeft opgesteld. Zij kan ook de verantwoordelijke van het betrokken examencentrum, de toezichthouder of iedere andere persoon die zij nuttig acht, ondervragen.

De examencommissie zal, indien de klacht gegrond wordt bevonden, het examenresultaat corrigeren.

De examencommissie stelt de kandidaat uiterlijk 40 werkdagen na de indiening van het beroep schriftelijk in kennis van haar gemotiveerde beslissing. Zij bezorgt gelijktijdig een kopie van haar beslissing aan Certassur en aan het examencentrum.

De beslissingen van de examencommissie zijn bindend en niet meer vatbaar voor beroep.

Bescherming van persoonsgegevens

Elke persoon die betrokken is bij de uitvoering van de examenregels en bij de organisatie van de examens, is gerechtigd om de persoonsgegevens van de betrokkene te verwerken met het oog op de uitvoering van de examenregels. Hij is verplicht tot volledige geheimhouding van de persoonsgegevens die hij ter beschikking krijgt. Certassur is de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van de Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens.

De bepalingen van de Verordening (EU) 2016/679 zijn van toepassing op de verwerking en het gebruik van de persoonsgegevens in het kader van de examenregels. De betrokkene beschikt over een recht van inzage van zijn persoonsgegevens, en een recht om deze gegevens desgevallend te verbeteren.

Voor meer informatie over deze Verordening evenals voor het indienen van een klacht wanneer je van mening bent dat je rechten niet werden gerespecteerd, kan je terecht bij de Gegevensbeschermingsautoriteit.