Examenregels

Voor de verzekeringen leggen de examenregels de procedures vast waaraan de examens moeten voldoen die worden georganiseerd om in overeenstemming met artikel 270 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen het bewijs van de vereiste beroepskennis te leveren.

Voor het krediet leggen de examenregels de procedures vast waaraan de examens moeten voldoen die worden georganiseerd om, in overeenstemming met de hoofdstukken 5 en 6 van het Koninklijk Besluit van 29 oktober 2015 tot uitvoering van titel 4, hoofdstuk 4, boek 7 van het Wetboek van Economisch Recht, het bewijs van de vereiste beroepskennis te leveren.

Volledige tekst van de examenregels voor de verzekeringen: PDF

Volledige tekst van de examenregels voor het krediet: PDF

Inhoud van het examen en kennisniveaus
Examenstructuur
Vorm van het examen
Resultaat van het examen
Bezwaarprocedure
Bescherming van persoonsgegevens

Inhoud van het examen en kennisniveaus

1. Verzekeringen:

Inhoudelijk beantwoorden de examens aan de eindtermen zoals vastgesteld overeenkomstig art. 270 van de wet.

Daarbij is voorzien in een beroepskennisniveau in overeenstemming met artikel 270 van de wet en in een basiskennisniveau in overeenstemming met artikel 270 van de wet.

Volgende natuurlijke personen dienen een beroepskennisniveau te bewijzen:

  • verzekeringsmakelaars, verzekeringsagenten en elke door hen aangewezen VVD*;
  • de personen die in een verzekeringsonderneming als VVD zijn aangewezen.
*Verantwoordelijke Voor de Distributie

Volgende natuurlijke personen dienen een basiskennisniveau te bewijzen:

  • verzekeringssubagenten en elke door hen aangewezen VVD;
  • elke PCP* bij een verzekeringstussenpersoon;
  • elke PCP bij een verzekeringsonderneming.
*Personen in het contact met het publiek

Kandidaten die een attest van welslagen kunnen voorleggen voor het basiskennisniveau, zijn bij het afleggen van examens voor het beroepskennisniveau niet vrijgesteld van vragen die betrekking hebben op dit basiskennisniveau.

Het examen beroepskennisniveau bestaat uit vragen die betrekking hebben op alle eindtermen. Het examen basiskennisniveau bestaat uit vragen die enkel betrekking hebben op de eindtermen basiskennis.

De kandidaat kan zich grondig op het examen voorbereiden door een opleiding te volgen of door zelfstudie aan de hand van op de markt aanwezig materiaal.

Het is tevens zijn verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat hij over de juiste en laatste informatie beschikt aangezien de examens hierop gebaseerd zijn en de vragen regelmatig worden geactualiseerd.

2. Krediet:

Inhoudelijk beantwoorden de examens aan de eindtermen zoals vastgesteld overeenkomstig de hoofdstukken 5 en 6 van het Koninklijk Besluit van 29 oktober 2015 tot uitvoering van titel 4, hoofdstuk 4, boek 7 van het Wetboek van Economisch Recht.

Er bestaat een basisniveau en een professioneel niveau.

Het bewijs van het niveau "basiskennis" moet bijkomstig geleverd worden door de VVD's en de PCP's van de agenten, op voorwaarde dat het gebruik van de aangeboden kredieten beperkt is tot de goederen of diensten die de agent zelf verkoopt.

Alle andere kandidaten voor het beroep van kredietbemiddelaar moeten slagen voor de examens van het niveau "beroepskennis".

Kandidaten die een attest van welslagen kunnen voorleggen voor het basiskennisniveau zijn bij het afleggen van examens voor het beroepskennisniveau niet vrijgesteld van vragen die betrekking hebben op dit basiskennisniveau.

De kandidaat kan zich grondig op het examen voorbereiden door een opleiding te volgen of door zelfstudie aan de hand van op de markt aanwezig materiaal. Het is tevens zijn verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat hij over de juiste en laatste informatie beschikt aangezien de examenvragen gebaseerd zijn op de eindtermen die regelmatig worden geactualiseerd.

Examenstructuur

1. Verzekeringen:

De examens worden per tak ingedeeld.

Daarnaast zijn er een aantal verplicht af te leggen ‘algemene’ examens, zoals ‘wetgeving’ of ‘antiwitwaswetgeving’, dit laatste in het kader van de levensverzekeringen, en ook de gedragsregels voor de verzekeringssector (Assurmifid).

De kandidaat legt de voor hem verplichte examens af en de examens voor die verzekeringstakken waarvoor hij zich wenst in te schrijven.

2. Krediet:

Kandidaten voor het beroep van kredietbemiddelaar moeten het examen "algemene principes van de kredietbemiddeling" verplicht afleggen en ervoor slagen.

De examens betreffende het consumentenkrediet en het hypothecaire krediet zijn facultatief. De kandidaat moet ervoor slagen naargelang van zijn toekomstige activiteitendomein.

Vorm van het examen

Elk examencentrum neemt elektronisch examens af in de vorm van meerkeuzevragen, die at random op het ogenblik van het examen uit een centrale database worden genomen.

Resultaat van het examen

Na het afleggen van de sessie, worden de resultaten onmiddellijk en elektronisch meegedeeld aan de kandidaat.

Een getuigschrift van welslagen wordt toegekend indien de kandidaat voor het examen 60% van de punten heeft behaald.

Het staat de kandidaat vrij zich opnieuw in te schrijven voor die examens waarvoor hij niet is geslaagd.

De kandidaat kan te allen tijde zijn/haar getuigschriften van welslagen voor de in het examencentrum afgelegde examens opvragen.

De kandidaat kan zich na een termijn van 2 maanden opnieuw inschrijven voor die examens waarvoor hij niet geslaagd is.

Voor de examens voor het krediet kan de kandidaat zich echter al na 2 weken opnieuw inschrijven voor een examen waarvoor hij niet geslaagd is.

Bezwaarprocedure

Inzagerecht en klachten

De kandidaat heeft het recht om, binnen de 10 werkdagen na kennisgeving van het resultaat, te vragen om het examen waarvoor hij niet geslaagd is, persoonlijk te mogen inkijken. Deze inzage gebeurt, op afspraak, bij de eindverantwoordelijke van het betrokken examensysteem (Certassur). Deze mogelijkheid tot inzage, alsook de mogelijkheid om nadien een klacht in te dienen, moeten worden meegedeeld bij de kennisgeving van het resultaat van het examen aan de kandidaat.

De kandidaat kan bij de eindverantwoordelijke van het betrokken examensysteem een gemotiveerde klacht tegen een examenresultaat indienen. Dergelijke klacht kan evenwel slechts worden ingediend nadat de betrokkene gebruik heeft gemaakt van de in het vorige lid beschreven procedure van inzage in het examen. De klacht moet worden ingediend binnen de 10 werkdagen die volgen op de inzage in het examen.

De eindverantwoordelijke onderzoekt de klacht. Hij kan hiertoe de verantwoordelijke van het examencentrum, de toezichthouder van dat centrum, de administratieve beheerder van het examencentrum of iedere andere persoon die hij nuttig acht, ondervragen. Hij deelt zijn gemotiveerde beslissing schriftelijk aan de klager mee binnen de 30 werkdagen na ontvangst van de klacht. De eindverantwoordelijke zal, zo nodig, binnen dezelfde termijn overgaan tot correctie van het examenresultaat.

Aan de kandidaat die gebruik maakt van zijn inzagerecht, of een klacht indient tegen het resultaat van het examen, wordt geen kopie van het afgelegde examen afgeleverd.

Een kopie van de door de eindverantwoordelijke meegedeelde beslissing wordt gelijktijdig bezorgd aan het examencentrum en aan de erkenningscommissie die het examencentrum heeft erkend.

Beroep tegen de beslissing van een examencentrum om een examen ongeldig te verklaren, of tegen de beslissing van de eindverantwoordelijke over klachten in verband met het examenresultaat

De kandidaat kan bij de examencommissie schriftelijk beroep aantekenen tegen de beslissing van het examencentrum om een examen ongeldig te verklaren, of tegen de beslissing van de eindverantwoordelijke over de door hem ingediende klacht in verband met het behaalde examenresultaat.

Om ontvankelijk te zijn, moet dit beroep uiterlijk binnen de 20 werkdagen nadat de kandidaat kennis heeft gekregen van de beslissing van het examencentrum of van de eindverantwoordelijke, bij de secretaris van de examencommissie zijn ingediend.

De examencommissie onderzoekt de klacht. Zij kan desgewenst het advies inwinnen van de werkgroep van deskundigen die de vraag en het bijbehorende antwoord heeft opgesteld. Zij kan ook de verantwoordelijke van het betrokken examencentrum, de toezichthouder van dat centrum, de administratieve beheerder van het examencentrum of iedere andere persoon die zij nuttig acht, ondervragen.

De examencommissie zal, indien de klacht gegrond wordt bevonden, overgaan tot correctie van het examenresultaat.

De examencommissie stelt de kandidaat, uiterlijk 40 werkdagen na de indiening van het beroep, schriftelijk in kennis van haar gemotiveerde beslissing. Zij bezorgt gelijktijdig een kopie van haar beslissing aan de eindverantwoordelijke en aan het examencentrum.

De beslissingen van de examencommissie zijn bindend en niet meer vatbaar voor beroep.

Bescherming van persoonsgegevens

Elke persoon die betrokken is bij de uitvoering van de examenregels en bij de organisatie van de examens, is gerechtigd om de persoonsgegevens van de betrokkene te verwerken met het oog op de uitvoering van de examenregels. Hij is verplicht tot volledige geheimhouding van de persoonsgegevens die hij ter beschikking krijgt.

De bepalingen van de wet van 08/12/1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens zijn van toepassing op de verwerking en het gebruik van de persoonsgegevens in het kader van de examenregels. De betrokkene beschikt over een recht van inzage van zijn persoonsgegevens, en een recht om deze gegevens desgevallend te verbeteren.